Nieuwsbrief Privacy en Security

Onlangs is een nieuwe thema nieuwsbrief van ons verschenen over privacy en security. Een onderwerp waar niemand tegenwoordig meer omheen kan en dat de aandacht dient te hebben van iedere organisatie of onderneming.

 

Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan contact op met mij of een van mijn collega’s van Pellicaan Advocaten N.V.

Advertenties
Geplaatst in Actueel, Artikelen | Tags: , | Een reactie plaatsen

3 jaar WNT: enkele knelpunten uit de praktijk

Op 1 januari 2016 was het 3 jaar geleden dat de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’) van kracht is geworden. Hoezeer de WNT nog altijd in ontwikkeling is, blijkt uit de veelvuldige wijzigingen die sinds 1 januari 2013 zijn doorgevoerd. En nog steeds is de WNT volop in beweging. Zo zijn er plannen om de reikwijdte van de WNT uit te breiden naar alle medewerkers. In december 2015 is de voorgeschreven evaluatie van de WNT gepubliceerd. Een goed moment om nader te belichten waar wij als adviseurs in de praktijk tegenaan lopen.

De WNT
In deze bijdrage ga ik specifiek in op enkele struikelpunten bij cliënten waar wij in de praktijk tegenaan lopen. Voor een introductie van de WNT verwijs ik naar een eerder artikel over dit onderwerp.

WNT-instelling
Het blijkt nog niet altijd even duidelijk of een instelling onder de WNT valt. Met name de invulling van het subsidie-criterium blijkt niet altijd even eenvoudig. Ook blijkt uit de bijlagen bij de WNT niet altijd even duidelijk welke ( groepen) instellingen onder de WNT vallen. Gelukkig is er sinds kort een WNT-register, maar dit register is niet volledig en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Zo staan zorginstellingen, onderwijs- en emancipatie-instellingen en woningcorporaties niet in het WNT-register (omdat voor deze (deel)sectoren eigen registers worden bijgehouden) en kan het register achter lopen door tussentijdse wijzing van relevante omstandigheden.

Topfunctionaris
De uitleg van het begrip ‘topfunctionaris’ is nog steeds niet altijd even makkelijk. Statutair bestuurders en leden van de raad van commissarissen/toezicht vormen een redelijk duidelijke groep topfunctionarissen. De kwalificatie van de groep daaronder en de dagelijks leidinggevenden geeft meer hoofdbrekens. Zeker als de functie op papier afwijkt van de werkelijke invulling daarvan. Zo kan het zomaar zijn dat een medewerker als gevolg van een functiewijziging ineens topfunctionaris wordt of juist niet langer topfunctionaris is. Met name accountants, die toch wat verder van de instelling af staan, vinden het vaak lastig vast te stellen of het begrip topfunctionaris juist is toegepast.

De bezoldiging(snorm)
Doordat de WNT een geheel eigen bezoldigingsbegrip hanteert maar wel verwijst naar andere wetgeving, is het nogal eens lastig om te bepalen welke (onderdelen van de) bedragen die een topfunctionaris ontvangt onder de WNT-bezoldiging vallen en welke niet. In de Uitvoeringsregeling WNT zijn diverse componenten uitgewerkt, maar deze opsomming is niet uitputtend.

En dan moet vervolgens steeds goed bekeken worden welke norm geldt voor de betreffende topfunctionaris, de algemene norm of een sectorspecifieke norm. Een aandachtspunt in dat verband is de deeltijdcorrectie van de toepasselijke norm. De norm moet namelijk naar rato worden gecorrigeerd indien de functie slechts in deeltijd wordt uitgevoerd. En dan gaat het om de werkelijke tijdsbesteding voor de functie, niet (alleen) wat er contractueel is vastgelegd.

Interim-bestuurders
De regeling voor interim-bestuurders (die niet werkzaam zijn op grond van een dienstbetrekking) blijft onderwerp van gesprek. Deze is sinds 1 januari 2013 al diverse malen gewijzigd c.q. aangescherpt. Uiteraard zijn deze wijzigingen ook gepaard gegaan met overgangsrecht, dus het is van belang om steeds te kijken welke regeling van toepassing is.

Overgangsrecht
Hiervoor is het overgangsrecht al ter sprake gekomen. Toepassing ervan blijkt door de ingewikkelde opzet en vele tussentijdse wijzigingen niet erg makkelijk. Het is vaak ingewikkeld om vast te stellen hoe en binnen welke termijnen moet worden afgebouwd en welke verhogingen wel en welke niet mogen worden meegenomen. En dan is het ook nog eens mogelijk dat het overgangsrecht bij bepaalde wijzigingen in de functie of bezoldiging geheel vervalt.

Afsluitend
Kortom, de WNT blijft de gemoederen bezighouden en is zeker nog niet uitgekristalliseerd. In veel gevallen is de instelling of de betrokken accountant genoodzaakt om specialisten in te schakelen. Pellicaan Advocaten heeft een ruime ervaring met de WNT. Heeft u vragen over de WNT, neem dan contact met mij op.

 

Geplaatst in Actueel, Artikelen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Controleer welk huurregime van toepassing is op uw huurovereenkomst!

Zoals wellicht bekend kennen we in Nederland verschillende huurregimes. Elk regime kent andere regels en met name een andere mate van huurbescherming voor huurders. Het is dus van groot belang voor de bedrijfsvoering (zowel voor de huurder als verhuurder) om te weten welke regels er gelden.

Huurregimes
De drie meest voorkomende huurregimes in Nederland zijn kort gezegd het woonruimte-, winkelruimte- en kantoorruimteregime. Daarvoor gelden verschillende wettelijke voorschriften en in aflopende mate huurbescherming voor de huurder. Ook andere bestemmingen kunnen mogelijk onder één van deze regimes worden geschaard.

Uitspraak Hof
In een recente uitspraak van het Hof Amsterdam bestond onduidelijkheid over het toepasselijke huurregime bij een huurder. Hij heeft daarop op basis van het kantoorruimteregime de rechtbank verzocht om hem niet-ontvankelijk te verklaren, met als argument dat het winkelruimteregime van toepassing was op zijn huurovereenkomst.
Zowel de rechtbank als het Hof in hoger beroep oordeelden daarop dat het feitelijk gebruik van het gehuurde voorop staat. En dat betekent in dit geval dat het kantoorruimte-regime van toepassing is. Het gehuurde werd namelijk overwegend gebruikt als internetcafé en voor het betaald voeren van (lange afstands)telefoongesprekken. Er werden weliswaar ook telefoonkaarten en etenswaren verkocht, maar dat stond niet in verhouding met dit gebruik. Ook het feit dat de huurovereenkomst volgens het ROZ-model voor winkelruimte was opgesteld, dat de algemene bepalingen voor winkelruimte van toepassing werden verklaard en dat de contractuele bestemming “winkel” aangaf, was onvoldoende om tot het winkelruimteregime te concluderen.

Gevolgen
Deze conclusie van de rechtbank en Hof betekent dat de huurder aanzienlijk minder huurbescherming had dan hij (en mogelijk ook verhuurder) bij het aangaan van de huurovereenkomst dacht(en). Het is dus belangrijk om na te gaan of de contractuele bestemming onder het beoogde huurregime valt en of de feitelijk bestemming daarmee overeenkomt.

Het is overigens mogelijk om een ander (zwaarder) huurregime vrijwillig van toepassing te verklaren op een huurovereenkomst. Dat moet dan wel uitdrukkelijk blijken uit de overeenkomst zelf. Een andere mogelijkheid is dat het op een huurovereenkomst toepasselijke huurregime ‘van kleur verschiet’ (binnen de toegestane contractuele bestemming). Kortom, voldoende redenen om goed te controleren welk regime van toepassing is en om u zo nodig juridisch daarover te laten adviseren. Pellicaan Advocaten heeft een ruime ervaring met dergelijke kwesties.

Geplaatst in Actueel, Tips & Tricks | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Aanwezig, maar niet verschenen….

De meeste ondernemers hebben niet vaak te maken met procedures. Maar als het zover is, dan is het belangrijk dat u dat wel goed aanpakt. Zo is het belangrijk om op de (juridisch) juiste wijze te verschijnen in de procedure. Dat verschijnen in dit geval niet betekent een werknemer naar de zitting sturen, daar kwam een rechtsbijstandverzekeraar op pijnlijke wijze achter.[1]

Verschijnen in kort geding
Het ging in het betreffende geval om een kort geding procedure. In een dergelijke procedure moet de gedaagde in persoon verschijnen of vertegenwoordigd door een advocaat. De betreffende rechtsbijstandsverzekeraar had echter een werknemer (niet zijnde de statutair bestuurder) gestuurd. De voorzieningenrechter stelde echter dat de rechtsbijstandsverzekeraar (een rechtspersoon) alleen in persoon kan verschijnen door de daartoe statutair aangewezen persoon of personen (doorgaans één of meer statutair bestuurders).

De werknemer was echter geen statutair bestuurder en dus stelde de voorzieningenrechter dat de rechtsbijstand niet in persoon (en ook niet vertegenwoordigd door een advocaat) en dus niet in de procedure was verschenen. Dat de werknemer een volmacht van de statutair bestuurder had en kon overleggen, was daarbij niet van belang.

Gevolgen van niet verschijnen
Het vervelende voor de rechtsbijstandsverzekeraar van die constatering van de voorzieningenrechter was dat aan een niet verschenen partij verstek wordt verleend. Dat betekent feitelijk dat de vorderingen van de eiser in principe worden toegewezen, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond worden geacht. En dat heeft de voorzieningenrechter in dit geval ook gedaan.

De rechtsbijstandsverzekeraar heeft in dat geval nog wel de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn verzet of anders hoger beroep aan te tekenen, maar dat betekent extra tijd en kosten. Terwijl tijdens de zitting in feite iedereen aanwezig was om de procedure op dat moment tot een einde te brengen.

Afsluitend
Wordt u gedagvaard, let dan goed op wanneer en op welke wijze u in de procedure moet verschijnen. Dit staat in het deurwaarders exploot vermeld. In de procedure verschijnen is ook niet altijd daadwerkelijk naar de rechtbank gaan. Soms is voldoende dat u of uw advocaat zich schriftelijk meldt. Twijfelt u over hoe u moet verschijnen, neem dan contact op met mij of met een van mijn collega’s bij Pellicaan Advocaten N.V.

 

[1] Zie Rechtbank Overijssel 2 juni 2015 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:4633).

 

Geplaatst in Actueel, Tips & Tricks | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Meerdere kapiteins, één schip….

Eerder schreef ik al over de mogelijke problemen bij meerdere bestuurders/aandeelhouders, zonder dat onderling afspraken worden gemaakt over de wijze van samenwerking. Hoe belangrijk dat is, blijkt uit een recente uitspraak van het Hof Amsterdam[1].

De situatie
Wat was de situatie? X en Y (de voormalige schoonzoon van X) zijn samen (indirect) bestuurder van een vennootschap (‘Z’) en in die hoedanigheid beiden bevoegd om Z zelfstandig te vertegenwoordigen. Zij houden (indirect) ook ieder 50% van de aandelen in Z.

In Z wordt een pand geëxploiteerd. De huurder, waarvan de huidige schoonzoon van X bestuurder is, kan de huur niet opbrengen en vraagt Z om een betalingsregeling. Omdat X en Y beiden zelfstandig bevoegd bestuurder zijn, stemt X namens Z in met die betalingsregeling. Vervolgens wordt die betalingsregeling niet nagekomen. Y wil rechtsmaatregelen nemen richting de huurder, maar X werkt hier niet aan mee en wijst Y op de getroffen betalingsregeling.

Y ziet geen andere mogelijkheid dan om in rechte te vorderen dat X zijn medewerking verleent aan het namens Z treffen van rechtsmaatregelen. De rechtbank en in hoger beroep ook het Hof wijzen die vorderingen (grotendeels) toe, maar alleen omdat X de huurder niet (actief) aan de betalingsregeling wilde houden en geen redelijk denkend bestuurder dit zou nalaten.

Conclusie
Z wordt dus in principe gebonden door de handelingen van X en ook Y moet zich daaraan houden. Y kan dus niet zomaar de handelswijze van X naast zich neerleggen en zijn eigen weg kiezen. Uit de uitspraak van het Hof kan overigens worden afgeleid dat indien de huurder de betalingsregeling gewoon was nagekomen, de vorderingen van Y (in hoger beroep) zouden zijn afgewezen. Het treffen van de betalingsregeling was namelijk niet zodanig dat een redelijk denkend bestuurder deze niet zou zijn aangegaan. Zoals zo vaak zijn de omstandigheden van het geval beslissend.

Afsluitend
Zijn er meerdere bestuurders, onderzoek dan goed hoe de vertegenwoordiging is geregeld en maak onderling afspraken over hoe de bestuurders onderling moeten overleggen voordat zij verplichtingen met derden aangaan. In dergelijke gevallen kan een directiereglement uitkomst bieden, maar minstens zo belangrijk is in welke mate de gemaakte afspraken worden nageleefd. Gebeurt dit niet of onvoldoende, dan is de gang naar de rechter vaak de enige mogelijkheid. En zelfs dan ligt het er nog maar aan of u eerdere toezeggingen van andere bestuurders kunt terugdraaien of in strijd daarmee mag handelen.

[1] Zie: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:3858.

Geplaatst in Bestuurdersaangelegenheden | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Seminar Grip op debiteuren

Op donderdag 15 oktober 2015 organiseert Pellicaan Advocaten een seminar. Het seminar is erop gericht om meer grip te krijgen op uw debiteuren en u in dit verband te voorzien van praktische tips. Deelname is gratis. Alleen maar voordelen, dus meld u nu aan!

Voor meer informatie, zie: http://www.pellicaan.nl/Actueel/Nieuwsoverzicht/2015/9/14/Seminar-Grip-op-uw-debiteuren

Geplaatst in Bestuurdersaangelegenheden, Bijeenkomsten | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Pas op bij toe- of uittreding als vennoot van een VOF!

Als alternatief voor een B.V. wordt een onderneming vaak gedreven via een vennootschap onder firma (‘vof’). Tot een bepaald winstniveau is de ondernemingsvorm vof immers aantrekkelijker dan de B.V. Wat ondernemers zich vaak niet realiseren, is dat de vof tevens inhoudt dat vennoten ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vof. In sommige gevallen gaat die hoofdelijke aansprakelijkheid zeer ver.

De vof als alternatief voor de B.V.
In het verleden was ‘laagdrempeligheid’ een veelgehoorde reden om het aangaan van een vof te verkiezen boven het oprichten van een B.V. Met de invoering van de flex-B.V. per 1 oktober 2012 is die reden grotendeels weggenomen en is de voornaamste reden voor het ondernemen in een vof een fiscale. Tot aan een bepaalde winst geniet de vof namelijk een fiscaalvriendelijkere behandeling dan de B.V. Daar staat echter tegenover dat de vof (in tegenstelling tot de B.V.) geen rechtspersoon is en dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vof. En dat is niet alleen aansprakelijkheid voor schulden die zijn ontstaan in de periode dat de betreffende persoon vennoot was.

Toetreding
Zo heeft de Hoge Raad[1] recentelijk bevestigd dat een vennoot die toetreedt tot een bestaande vof evenals zijn medevennoten hoofdelijk aansprakelijk wordt voor alle schulden van de vof, ongeacht of de schulden zijn ontstaan voor of na zijn toetreding. De schuldeisers van de vof krijgen er dus een extra verhaalsmogelijkheid bij.

Het is voor de toetredende vennoot dus van groot belang om een goed beeld te hebben van de eventuele schulden van de vof op het moment van toetreden. Het is aan te raden daar zo nodig nader onderzoek naar te doen. Als de financiële belangen en/of de risico’s groot genoeg zijn, is het zeker raadzaam een due diligence-onderzoek te laten uitvoeren. Ook is het van belang om in de verhoudingen tussen de vennoten onderling de (interne) aansprakelijkheid zoveel mogelijk bij de reeds aanwezige vennoten neer te leggen. Daar heeft de toetredende vennoot tegenover de schuldeisers niets aan (hij blijft hoofdelijk aansprakelijk), maar bij goede afspraken kan hij de schuld waarvoor hij wordt aangesproken wel op de reeds aanwezige vennoten verhalen. Hij heeft daar uiteraard alleen wat aan indien de reeds aanwezige vennoten voldoende verhaal bieden.

Uittreding
Ook bij uittreding bestaan de nodige aandachtspunten. Zo hebben Hof Arnhem-Leeuwarden[2] en Hof Den Bosch[3] (terecht) bepaald dat een uitgetreden vennoot (hoofdelijk) aansprakelijk blijft voor schulden uit duurovereenkomsten die zijn gesloten in de periode vóór zijn uittreding. Is in de periode dat de uittreder nog vennoot was bijvoorbeeld een huurovereenkomst of kredietovereenkomst gesloten, dan blijft de uittreder aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit die overeenkomst, ongeacht of die schulden zijn ontstaan voor of na zijn uittreding als vennoot.

Wil de uittredende vennoot deze aansprakelijkheid voorkomen, dan moet hij in gesprek gaan met zijn medevennoten en voornamelijk met de betreffende schuldeisers. De schuldeisers moeten de uittredende vennoot namelijk uit zijn aansprakelijkheid ontslaan. De schuldeisers zullen hier normaal gesproken niet zo maar mee akkoord gaan, omdat zij daarmee een verhaalsmogelijkheid verliezen. Mogelijk zijn de achterblijvende vennoten bereid om aanvullende zekerheden te verstrekken. En ook voor de betreffende schuldeiser kan het voordelen hebben als de uittredende vennoot niet meer als contractspartij wordt aangemerkt (bijvoorbeeld met het oog op zijn benodigde medewerking aan toekomstige wijzigingen/aanpassingen in de overeenkomst).

Als de schuldeiser de uittredende vennoot niet wil ontslaan uit zijn aansprakelijkheid, kan de uittredende vennoot op zijn minst bedingen dat de achterblijvende vennoten het bedrag waarvoor hij wordt aangesproken aan hem vergoeden.

Afsluitend
De keuze voor een vof brengt risico’s met zich mee, met name met het oog op het toe- en uittreden van vennoten. Onderzoek dus altijd goed of de onderneming wellicht niet beter in een B.V. kan worden ondergebracht. Als u overweegt om toe of uit te treden als vennoot, laat u dan vooraf adviseren over de risico’s die u loopt en de mogelijkheden om deze te beperken. Pellicaan Advocaten heeft ruime ervaring met dergelijke situaties. Heeft u advies nodig in een dergelijke situatie, neem contact met mij op.

[1] Zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:588&keyword=2015%3a588.

[2] Zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2015:1301&keyword=2015%3a1301.

[3] Zie http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3642&keyword=2014%3a3642.

Geplaatst in Bestuurdersaangelegenheden, Tips & Tricks | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De Wet Normering Topinkomens: Ook voor u van belang?

Wat is de wnt?
Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) vervangen door de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (semi)publieke sector (WNT). De WNT is bedoeld om de beloning en ontslagvergoeding van topfunctionarissen binnen de (semi)publieke sector aan banden te leggen en inzichtelijk te maken. In de WNT is voor de overgang van WOPT naar WNT specifiek overgangsrecht opgenomen.

De WNT is in 2014 herhaaldelijk aangepast via de Aanpassingswet WNT en de Reparatiewet WNT. De aanpassingswet WNT werkt terug tot 1 januari 2013 en de wijzigingen uit de Reparatiewet WNT gelden vanaf 28 november 2014, maar werken de facto vaak terug tot 1 januari 2014. In verband met de inwerkingtreding van deze wetten is aanvullend overgangsrecht opgenomen.

Met ingang van 1 januari 2015 is de WNT opnieuw aangepast met de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT. Verwacht wordt dat het hier niet bij zal blijven. Zo is een verruiming van het begrip ‘topfunctionaris’ al aangekondigd en worden ook nadere regels ontwikkeld voor de topfunctionaris zonder dienstbetrekking.

Voor wie geldt de wnt?
De WNT is van toepassing op instellingen die gedeeltelijk of geheel onder overheidsinvloed staan. Dat zijn overheidsinstellingen zoals provincies, gemeentes en waterschappen, maar ook instellingen die vanuit de overheid worden bestuurd, door de overheid worden gefinancierd (denk aan subsidies) of waarin de overheid anderszins een vinger in de pap heeft. Een groot aantal instellingen zijn specifiek aangemerkt als WNT-instelling. Daarnaast zijn bepaalde instellingen uitgezonderd (waarbij bijvoorbeeld wordt aangesloten bij de hoogte en duur van de subsidie). Heeft uw instelling op een of andere manier te maken met overheidsbemoeienis, onderzoek dan goed of de instelling misschien als WNT-instelling is aan te merken.

Is dat het geval, dan is de bezoldiging (en ook de ontslagvergoeding) van bepaalde functionarissen binnen die WNT-instelling aan een bepaald maximum gebonden en gelden er aanvullende vereisten voor het financieel verslaggevingsdocument van de instelling, veelal de jaarrekening. Daarnaast moet het bestuur van een WNT-instelling ieder jaar bepaalde informatie aan de overheid doorgeven. Worden de hiervoor genoemde verplichtingen niet nagekomen, dan kunnen er sancties volgen. Tevens zal een accountant, zelfs als er geen verplichte accountantscontrole geldt voor het financieel verslaggevingsdocument, moeten controleren of de WNT juist wordt nageleefd. Is dit niet het geval, dan moet de accountant dit aan de overheid melden.

De maximering van de bezoldiging speelt een belangrijke rol in de WNT. Deze maximering geldt voor iedereen die binnen de WNT-instelling als topfunctionaris is aan te merken. Wie dat zijn, hangt van de feitelijke situatie binnen de instelling af en dit kan dus per geval verschillen. Belangrijkste criterium is dat een topfunctionaris (al dan niet samen met anderen) belast is met de leiding over de gehele instelling.

Overgangsrecht
Gezien de grote impact van de WNT is er gekozen voor een ruime overgangsperiode. Onder het overgangsrecht moet de bezoldiging geleidelijk worden afgebouwd. Omdat sinds 1 januari 2013 de WNT herhaaldelijk is gewijzigd, is daar in het overgangsrecht ook rekening mee gehouden. Het overgangsrecht in de WNT wordt mede hierdoor als erg ingewikkeld ervaren. Overigens heeft het overgangsrecht geen invloed op de publicatieverplichtingen.

Afsluitend
Is uw instelling een WNT-instelling? Wie is binnen uw instelling aan te merken als topfunctionaris? Aan welke norm is de bezoldiging onderworpen? Welke elementen moeten bij de bezoldiging worden meegenomen? Is er overgangsrecht van toepassing en zo ja, hoe werkt dit in de praktijk? En welke informatie en van wie moet in het financieel verslaggevingsdocument worden opgenomen? Dit zijn slechts enkele vragen waar instellingen en ook menig accountant mee worstelen. Het antwoord op die vragen is van groot belang op hoe met de verplichtingen uit de WNT moet worden omgegaan. Binnen Pellicaan Advocaten is een ruime kennis op het gebied van de WNT aanwezig. Neem contact met mij op zodat wij u kunnen bijstaan bij de beantwoording van deze en andere vragen.

Geplaatst in Actueel, Artikelen, Tips & Tricks | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De voordelen van een aandeelhoudersovereenkomst

Wellicht heeft u wel eens van een aandeelhoudersovereenkomst gehoord. Een aandeelhoudersovereenkomst bevat afspraken tussen aandeelhouders over allerlei onderwerpen. Maar waarom zouden aandeelhouders een aandeelhoudersovereenkomst sluiten en in welke gevallen is een aandeelhoudersovereenkomst aan te raden? De belangrijkste voordelen op een rij.

Oplossing van impasse
Als de mogelijkheid bestaat dat in de algemene vergadering de stemmen staken, dan kan in een aandeelhoudersovereenkomst worden geregeld hoe dergelijke impasses worden opgelost. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van een geschillenregeling of het toekennen van een doorslaggevende stem aan een onafhankelijke derde. Ontbreekt een dergelijke regeling dan is de gang naar de rechter, met alle kosten en tijdinspanningen van dien, onvermijdelijk.

Bescherming minderheidsaandeelhouders
In een aandeelhoudersovereenkomst kan worden geregeld dat bepaalde (ingrijpende) besluiten in de algemene vergadering aan een verzwaarde meerderheid moeten worden onderworpen. Op die manier is de instemming van de minderheidsaandeelhouder vereist om die besluiten te kunnen nemen. Denk daarbij aan besluiten over ingrijpende wijzigingen van de onderneming of besluiten die de minderheidsaandeelhouder direct raken.

Bescherming aandeelhouders die geen bestuurder zijn
Zolang alle aandeelhouders ook bestuurder zijn, zullen zij goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen binnen de onderneming. Dat is anders indien aandeelhouders ‘slechts’ aandeelhouder zijn en verder geen bestuursfunctie vervullen. In dat geval zijn zij geheel afhankelijk van de informatievoorziening vanuit het bestuur. In dat geval kan in een aandeelhoudersovereenkomst een informatieverplichting tegenover de aandeelhouders(vergadering) worden opgenomen en kunnen bepaalde bestuursbesluiten aan de goedkeuring van dealgemene vergadering worden onderworpen.

Contractsvrijheid
Het grote voordeel van het maken van afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst, is dat partijen in principe geheel vrij zijn om af te spreken wat zij willen. Dit in tegenstelling tot in de statuten, waarvoor de wet verschillende (dwingende) voorschriften geeft. Doorgaans dienen de statuten van de vennootschap wel als leidraad, maar zelfs daarvan kan worden afgeweken in een aandeelhoudersovereenkomst. Let er wel steeds op dat niet alle afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst het beoogde effect hebben. Zo zal een schending van een in strijd met wet of statuten opgenomen bepaling in een aandeelhoudersovereenkomst doorgaans slechts leiden tot een schadevergoedingsverplichting of boeteverplichting, maar gaat de wettelijke of statutaire regeling voor. Met inachtneming hiervan zijn partijen echter vrij in hoe ze de aandeelhoudersovereenkomst inrichten.

Geheimhouding / beslotenheid
Natuurlijk kunt u, zeker sinds de invoering van de flex-bv, veel onderwerpen ook in de statuten van de vennootschap regelen. Maar statuten hebben als grote nadelen dat wijziging ervan steeds via de notaris moet en dat (vaak nog belangrijker) statuten openbaar zijn. Iedereen kan bij het handelsregister de statuten van de vennootschap opvragen. Het kan nadelig zijn dat bepalingen voor iedereen kenbaar zijn, bijvoorbeeld bij onderhandelingen met derden over de koopprijs voor aandelen, in verband met opgenomen aanbiedingsverplichtingen of ten aanzien van bepalingen die specifiek betrekking hebben op bepaalde partijen.

Concretisering
Waar statuten normaal gesproken algemene regelingen bevatten, die zien op groepen belanghebbenden (bestuurders, aandeelhouders) of op bepaalde onderwerpen (aandelen, zeggenschap, financiën), kan in een aandeelhoudersovereenkomst veel meer worden ingespeeld op de specifieke positie van de aandeelhouders. Denk aan het beschermen van bepaalde (minderheids) aandeelhouders, het binden van bepaalde aandeelhouders of het opnemen van een aanbiedingsverplichting indien zich wijzigingen voordoen in de persoonlijke situatie van een bepaalde aandeelhouder. Ook kunnen (tijdelijke) beleidsafspraken nader in een aandeelhoudersovereenkomst worden uitgewerkt. Statuten zijn daar over het algemeen niet de aangewezen plaats voor.

Financieel beleid / bescherming financiële positie vennootschap
Niet alleen wat er bij de vennootschap binnenkomt is van belang, maar ook wat er uit gaat (dividenden, managementvergoedingen, leningen). Een aandeelhoudersovereenkomst is bij uitstek de plaats om daar afspraken over te maken, bijvoorbeeld door een financiële buffer overeen te komen.

Continuïteit / toe- en uittreding
Het maken van afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst, al dan niet in combinatie met een statutaire verplichting voor aandeelhouders om toe te treden tot de aandeelhoudersovereenkomst, zorgt ook voor een bepaalde continuïteit. Daarbij kunnen specifieke afspraken worden gemaakt over toe- en uittreding, zodat vooraf duidelijk onder welke voorwaarden (potentiële) aandeelhouders kunnen toetreden en hoe zij op een nette manier afscheid van elkaar kunnen nemen.

Afsluitend
Er zijn uiteraard ook nadelen aan het maken van afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst. Laat u daarom vooraf goed adviseren over de vorm en inhoud van de te maken afspraken. Pellicaan Advocaten N.V. heeft een ruime ervaring op dit gebied. Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dat gerust contact met mij op.

Geplaatst in Artikelen, Tips & Tricks | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Opzeggingsperikelen

U gaat voor uw onderneming een huurovereenkomst aan, inclusief verlengingsoptie. Maar dan verandert de situatie: u kunt de huur niet meer opbrengen, er komt ergens anders een interessantere locatie vrij, u wilt verhuizen of de buurt verandert. U wilt van de huurovereenkomst af, maar dan komt u erachter dat u dat niet op korte termijn kunt doen. Dergelijke situaties komen regelmatig voor. Ook het niet of onjuist opzeggen kan grote gevolgen hebben.

De systematiek
Een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte bevat doorgaans een eerste huurperiode en vervolgens een optionele volgende huurperiode. De duur van die huurperiodes is mede afhankelijk van het toepasselijke huurregime. In veel gevallen zal de eerste huurperiode vijf jaar zijn, met vervolgens een verlenging van nog eens vijf jaar. Daarna zijn partijen (in alle gevallen) vrij in het bepalen van eventuele vervolgperiodes.

De huurovereenkomst moet doorgaans worden opgezegd om deze te laten eindigen. Hoe dat moet gebeuren, hangt onder meer af van de duur van de verschillende huurperiodes. In principe kan alleen tegen het eind van een huurperiode worden opgezegd, met in achtneming van een opzeggingstermijn.[1] Die opzeggingstermijn is in veel gevallen één jaar. Er zijn dus maar een beperkt aantal opzeggingsmomenten en de opzegging moet dan ook nog eens tijdig worden gedaan.

Opzegging
Een huurovereenkomst die voor een bepaalde periode wordt aangegaan eindigt dus niet vanzelf na verloop van die periode. Dat betekent dat de huurovereenkomst in de regel wordt verlengd, tenzij tijdig wordt opgezegd. Dit betekent dat de opzeggende partij (veelal de huurder) zelf tot actie moet overgaan en zicht moet hebben op de mogelijke opzeggingsmomenten. Dit ging fout in een recente uitspraak van Hof Amsterdam[2] De bestuurder in kwestie (een voormalig Olympisch ruiter) vergat de huurovereenkomst van de B.V. op te zeggen. Omdat de B.V. vervolgens geen verhaal bood, moest de bestuurder persoonlijk (een groot deel van) de doorlopende huurtermijnen aan de verhuurder betalen. Het vergeten op te zeggen kwam de bestuurder dus duur te staan.

Maar ook als er wel wordt opgezegd, levert het moment van opzegging regelmatig problemen op. Deze problematiek speelde onder meer in een andere uitspraak van Hof Amsterdam[3]. Huurder had namelijk de huurovereenkomst wel opgezegd, maar zonder de contractuele opzegtermijn van zes maanden in acht te nemen. De verhuurder interpreteert de onjuiste opzegging, volgens het Hof terecht, als een opzegging tegen de eerst mogelijke datum, en die lag twee jaar later dan huurder eigenlijk voor ogen had.

Onder omstandigheden kan de redelijkheid en billijkheid een rol spelen bij een te late opzegging, maar uit een recente uitspraak van wederom Hof Amsterdam is gebleken dat daar zeer terughoudend gebruik van mag worden gemaakt[4]. In het betreffende geval was één maand te laat opgezegd, maar zowel de kantonrechter als het Hof oordeelde dat daardoor een nieuwe huurperiode van vijf jaar was gaan lopen.

Enkele Tips
Het niet of te laat opzeggen kan dus grote gevolgen hebben voor uw onderneming (u zit vast aan een nieuwe huurperiode) of zelfs voor u persoonlijk (u bent als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de niet betaalde huurtermijnen). Let er bij het sluiten van de huurovereenkomst dus op hoe de opzeggingsmogelijkheden zijn geregeld, hoe moet worden opgezegd en welk huurregime op de huurovereenkomst van toepassing is. En de belangrijkste tip: Agendeer de uiterste termijn waarop de huurovereenkomst moet worden opgezegd en doe hetzelfde bij een verlenging van de huurperiode. Op die manier voorkomt u dat u in een ongewenste positie komt die grote gevolgen heeft voor u en/of uw onderneming.

Twijfelt u over het moment van opzegging, het toepasselijke huurregime of over hoe te handelen bij een te late opzegging, neem dan contact met mij op via 088-6272287 of via xander.alders@pellicaan.nl

[1] Bij huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd moet aan de hand van de huurovereenkomst, de wet en/of rechtspraak de wijze van opzegging worden bepaald.

[2] Hof Amsterdam 3 juni 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2452.

[3] Hof Amsterdam 11 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:414.

[4] Hof Amsterdam 26 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3544.

Geplaatst in Bestuurdersaangelegenheden, Tips & Tricks | Tags: , , , | Een reactie plaatsen